achtergrond
Cantique de Jean Racine behoort tot de bekendste koorwerken van de Franse componist Gabriel Fauré. Hij schreef het stuk in 1865, toen hij nog student was aan de École Niedermeyer in Parijs. Het werk ontstond als afstudeercompositie en werd bekroond met de eerste prijs van de school, een vroege erkenning van Fauré’s uitzonderlijke talent.
De tekst is een Franse parafrase van een Latijnse hymne uit de katholieke liturgie, Consors paterni luminis, gemaakt door de zeventiende-eeuwse dichter Jean Racine. Het gedicht is een avondhymne die Christus bezingt als het ‘licht van de wereld, een thema van rust, verstilling en devotie.
Fauré zet de tekst op muziek voor gemengd koor met orgelbegeleiding, later maakte hij ook een versie met orkest. De muziek ontvouwt zich in een vloeiende melodische lijn, gedragen door warme harmonieën en een zachte, bijna meditatieve sfeer.
Hoewel het stuk al in zijn studententijd ontstond, laat het veel kenmerken horen die later typisch voor Fauré zouden worden, een verfijnde harmonie, een lyrische melodische stijl en een bijzondere gevoeligheid voor tekst. Het Cantique de Jean Racine blijft daardoor een geliefd werk binnen het koorrepertoire, zowel in liturgische context als in concertprogramma’s.
liedtekst
Verbe égal au Très-Haut notre unique espérance,
Jour éternel de la terre et des cieux
De la paisible nuit nous rompons le silence,
Divin Sauveur, jette sur nous les yeux,
Répands sur nous le feu de ta grâce puissante,
Que tout l’enfer fuie au son de ta voix,
Dissipe le sommeil d’une âme languissante
Qui la conduit à l’oubli de tes lois!
O Christ sois favorable à ce peuple fidèle,
Pour te bénir maintenant rassemblé;
Reçois les chants qu’il offre à ta gloire immortelle,
Et de tes dons qu’il retourne comblé.
uitvoerenden
Cappella Amsterdam
Daniel Reuss dirigent
Julien Libeer piano