Video

Ravel: Trois Chansons

achtergrond

Trois Chansons is een van de bijzondere, kleinschalige pareltjes in het oeuvre van de Franse componist Maurice Ravel (1875–1937). In tegenstelling tot zijn grote orkestwerken en pianomuziek zijn deze drie liederen geschreven voor a-capellakoor, zijn enige echte werk zonder instrumentale begeleiding.

Ravel componeerde de Trois Chansons tussen december 1914 en februari 1915, in de eerste winter van de Eerste Wereldoorlog. In die periode zat hij in Parijs te wachten tot ook hij, als Fransman, zou worden opgeroepen voor militaire dienst. In plaats van alleen te luisteren naar het oorlogsnieuws schreef hij zowel de teksten als de muziek zelf, in een geest die doet denken aan de Franse chansontraditie van de zestiende eeuw, vrolijk, speels en soms ironisch.

Het drieluik bestaat uit drie afzonderlijke werken:

  1. Nicolette, een lichtvoetig, bijna sprookjesachtig verhaal over een meisje, waarin Ravel speels ritme en klankkleur inzet om een humoristische, bijna volksmuzikale sfeer op te roepen.

  2. Trois beaux oiseaux du paradis, het centrale lied, waarin drie vogels uit het paradijs verschijnen en een jong meisje de boodschap van de dood van haar geliefde brengen, een thema dat stil verwijst naar de oorlogsomstandigheden waarin het werk is ontstaan.

  3. Ronde, een levendige, roekeloze ronde die bruist van ritmische energie en waarin allerlei fantasierijke bosfiguren en sprookjesachtige wezens voorbij trekken.

Het werk werd in 1916 gepubliceerd en kreeg zijn eerste concertuitvoering in Parijs in oktober 1917, gezongen door een speciaal ensemble onder leiding van Louis Aubert.

uitvoerenden

Cappella Amsterdam
Daniel Reuss dirigent

Solisten in Trois beaux oiseaux du Paradis
Heleen Bongenaar sopraan
Laura Lopes mezzosopraan
Dinis Rodrigues tenor
Jitze van der Land bariton