Blog & nieuws

Kanon Pokajanen: het eeuwenoude gebed achter Pärts meesterwerk

Wie voor het eerst naar Kanon Pokajanen luistert, hoort een taal die waarschijnlijk onbekend is en toch de ziel raakt. Dat is geen toeval. Arvo Pärt componeerde dit werk niet op een willekeurig libretto, maar op een eeuwenoud Russisch-orthodox boetegebed, geschreven in het Kerkslavisch. Wat betekent die tekst eigenlijk, waar komt de tekst vandaan en waarom koos Pärt hiervoor? Lees hieronder een verdieping in de woorden achter de muziek van Arvo Pärt.

Wat is een boetecanon?

Een boetecanon, in het Kerkslavisch pokajanen kanon, is een vaste vorm binnen de orthodoxe liturgie: een reeks van gebeden en gezangen waarin de gelovige zijn tekortkomingen onder ogen ziet, en om vergeving en genezing vraagt. De term pokajanie wordt vaak vertaald als “boete”, maar dat doet de lading tekort. Het gaat dichter bij “omkeer” of “innerlijke verandering”: niet een schuldbekentenis in juridische zin, maar een proces van zelfonderzoek en heroriëntatie. Deze specifieke canon, gericht tot Jezus Christus, is een van de oudste en meest gebruikte teksten in de Russisch-orthodoxe traditie en wordt van oudsher gereciteerd in de Grote Vasten, de periode van inkeer voor Pasen.

Wat is Kanon Pokajanen?

Kanon Pokajanen is een omvangrijke boetekanon voor vierstemmig koor a capella is een diepgelovige vraag naar vergiffenis, gebaseerd op de negen odes van de Orthodoxe Boetekanon aan onze Heer Jezus Christus die wordt toegeschreven aan de Heilige Andreas van Kreta (660-740). De tekst is volledig opgesteld in het Kerkslavisch, een taal die enkel in Bijbelse teksten gebruikt wordt.

In de vroege jaren 1990 had Pärt al inspiratie gevonden in deze verzameling teksten, en in 1995 kreeg hij de kans om het volledige corpus van muziek te voorzien. Ter gelegenheid van het zevenhonderdvijftigjarige bestaan van de kathedraal van Keulen vroeg de Duitse muziekpromotor KölnMusik Pärt om dit werk, dat op 17 maart 1998 aldaar in première ging.

 

Waarom het Kerkslavisch?

Pärt had voor Kanon Pokajanen kunnen kiezen voor een vertaling in het Engels, Duits of Estisch, maar koos bewust voor het Kerkslavisch. De componist liet zich naar eigen zeggen leiden door het ritme en de klank van die taal zelf: de taal van zijn eigen orthodoxe geloofspraktijk, met een cadans die volgens hem al muziek in zich draagt voordat er één noot bij komt. Klinkers en medeklinkers, de plaatsing van accenten, de lengte van zinnen: dat alles bepaalde mee hoe de melodische lijnen zich ontvouwen. Wie het werk hoort zonder de tekst te verstaan, voelt toch de zwaarte en de veerkracht van de taal.

Pärt benadrukt zelf heel sterk het belang van de tekst in de Kanon Pokajanen: “In deze compositie probeerde ik de taal als vertrekpunt te nemen. Ik wil dat het woord zijn eigen klank vindt en zijn eigen melodische lijn schetst”.  

De opbouw van de tekst

De boetecanon bestaat traditioneel uit negen oden, gebaseerd op negen bijbelse gezangen (onder meer het lied van Mozes en de lofzang van Maria). Pärt zet acht van deze oden op muziek en voegt een slotgebed toe, en twee korte intermezzo’s tussen de zesde en zevende ode in (Kondakion en Ikos), die een stuk melodischer klinken dan de omringende odes. Deze worden namelijk in tegenstelling tot de odes gezongen in unisono, op een grondtoon in de bas. In totaal komt de Kanon Pokajanen dus uitop elf delen in totaal. Elke ode heeft een eigen toon: soms smekend, soms bijna wanhopig, soms verstild en hoopvol. Die afwisseling maakt de tekst tot een emotionele reis in plaats van een herhaling van hetzelfde thema, en verklaart mede waarom het werk, met een uitvoeringsduur van ruim tachtig minuten, nooit eentonig aanvoelt.

Betekenis van de tekst

Binnen de Grieks-Russische liturgie had de boetekanon een plaats in het ochtendgebed. De inhoud draait volledig rond de symbolisering van de verwachting van Christus in de wereld, en staat vol met verwijzingen naar de komst van het licht. Op een abstracter niveau draagt de boetekanon een boodschap van transformatie in zich: de transformatie van nacht naar dag, van lijden naar redding, het hier en het hiernamaals. Het menselijk berouw en de boetedoening die bezongen worden, verschijnen zo als een voorwaarde voor redding en de verwachting van een loutering.

Een tekst die niet gedateerd raakt

Wat de canon van Pokajanen tijdloos maakt, is dat de worsteling die erin klinkt zich niet beperkt tot een religieuze context. Spijt, verlies, het verlangen naar een nieuw begin: het zijn ervaringen die iedereen herkent, gelovig of niet. Juist daardoor weet Kanon Pokajanen ook een modern, seculier publiek te raken. Pärt zelf noemt het werk een van zijn persoonlijkste composities, en wie de tekst kent, hoort waarom: dit is geen abstracte klankkunst, maar een intieme dialoog tussen mens en het onbekende.

Meer weten over de man achter dit werk? Lees ook: wie is Arvo Pärt?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en mis geen enkele uitvoering.