Je zit in een kerk of concertzaal. Het koor zingt helder, gelaagd en vol emotie. Maar wat hoor je eigenlijk? Is het een lied, een psalm, een hymne… of een motet? En wat is een motet? Kort gezegd: een motet is een meerstemmig koorwerk (meestal religieus) dat door de eeuwen heen steeds van vorm, stijl en functie is veranderd. Van middeleeuwse klankexperimenten tot gloednieuwe composities: het motet leeft al ruim zeven eeuwen.
middeleeuwen
Oorsprong van het motet
De naam ‘motet’ komt van het Franse mot, ‘woord’. In de 13e eeuw ontstond het genre in Frankrijk, toen componisten nieuwe melodieën en teksten toevoegden aan bestaande gregoriaanse gezangen (organum).
Elke stem kon een andere tekst zingen: de ene in het Latijn, de andere in het Frans, en soms klonken beide talen tegelijk door elkaar heen. Middeleeuwse componisten zoals Pérotin (ca. 1160–1230) en Guillaume de Machaut (ca. 1300–1377) creëerden op die manier vroege motetten die meerstemmig en meerlaags in betekenis waren. Het Latijn verwees vaak naar de kerk, terwijl de volkstaal juist wereldlijke thema’s introduceerde, zoals liefde of politiek. Samen vormden deze lagen een muzikaal en symbolisch geheel dat voor middeleeuwse luisteraars vol betekenis zat.
renaissance
De gouden eeuw van het motet
In de Renaissance wordt het motet verfijnder en religieuzer. De teksten zijn meestal in het Latijn, met bijbelcitaten of liturgische fragmenten. De polyfonie bloeit: elke stemgroep heeft een eigen melodische lijn en vormt samen een geheel.
Componisten als Josquin des Prez (ca. 1450–1521) en Orlando di Lasso (ca. 1532–1594) maken het motet tot een van de meest geliefde compositievormen in kerken en hoven. De motetten van Lassus, beslist niet onbekend voor Cappella Amsterdam, zijn een goed voorbeeld van de hoogrenaissance-polyfonie: technisch complex en expressief.
Veel motetten uit deze periode, zoals die van Lassus, werden oorspronkelijk niet als doorlopende concertstukken gezongen, maar verspreid over het kerkelijk jaar. Veel middeleeuwse- en Renaissance-motetten zijn geen doorlopende “concertstukken” zoals wij die nu kennen, maar losse composities die gebundeld werden in (vaak prachtig versierde) manuscripten of cycli. Vaak zat er wel een thematische of liturgische samenhang in, bijvoorbeeld allemaal voor de Goede Week, maar ze waren bedoeld voor afzonderlijke momenten in de mis, niet om doorlopend achter elkaar uitgevoerd te worden. Pas in de barok en later kregen we vaker koorwerken die wél bedoeld waren als één doorlopende luisterervaring (denk bijvoorbeeld aan Bachs Hohe Messe of Pärts Kanon Pokajanen, al is dat laatste veel later).
barok
Van grandeur tot helderheid
In de barokperiode krijgt het motet soms instrumentale begeleiding. Johann Sebastian Bach (1685–1750) schreef zes beroemde motetten die nog steeds veel worden uitgevoerd, zoals Singet dem Herrn ein neues Lied, uitgevoerd met basso continuo. In de klassieke periode wordt het motet zeldzamer en maakt het ruimte voor andere (vocale) compositievormen, maar componisten als Wolfgang Amadeus Mozart (1756–1791) en Joseph Haydn (1732–1809) laten het niet helemaal verdwijnen.
romantiek
Herontdekt en heruitgevonden
Dan blaast de romantiek het motet opeens nieuw leven in. Felix Mendelssohn (1809–1847) herontdekt Bachs motetten en schrijft zelf nieuwe werken in deze traditie. In de 20e en 21e eeuw grijpen componisten de vorm aan voor hun eigen stijl. Francis Poulenc (1899–1963) geeft het motet intense harmonieën, Arvo Pärt (1935) kiest voor meditatieve eenvoud en James MacMillan (1959) gebruikt moderne klankkleuren en spirituele teksten.
muzikale kenmerken
Wat maakt een motet een motet?
Een motet kunnen we omschrijven aan de hand van drie kerneigenschappen:
- Meerstemmig: vaak a capella, soms met instrumentale begeleiding.
- Tekstgericht: meestal religieus, maar er bestaan ook wereldlijke motetten.
- Vrije vorm: geen vaste opbouw, veel ruimte voor creativiteit.
Het motet van vandaag
Het motet is springlevend. Koorklanken van eeuwen geleden inspireren nog steeds componisten én luisteraars. Of het nu in een eeuwenoude kerk klinkt of in een moderne concertzaal: het motet blijft verrassen en vernieuwen.