10/9 Juryrapport Edison Klassiek 2013

 

Cappella Amsterdam verkeert al een tijd op topniveau in twee schijnbaar ver van elkaar verwijderde muzikale werelden: die van de oude muziek en die van de twintigste-eeuwse componisten. De gestaag uitdijende discografie van het koor getuigt van de kwaliteit waarmee deze spagaat wordt volgehouden. Na recentelijk indrukwekkende cd’s met werk van o.a. Bach, Sweelinck, Martin en Ligeti is daar nu deze fantastische cd met werk van de Tsjechische componist Leos Janácek (1854-1928). Een opgewekt begin vormen de Zes Moravische gezangen, waarvoor Janácek zich baseerde op duetten van zijn vriend Antonin Dvorák. Bij Cappella Amsterdam is in deze liederen – ondanks de teksten over moeizame liefdes – de Boheemse zomerzon te horen waaronder beide componisten een zomer lang wandelden. Hierna blijft het decor landelijk, met liederen over een neergeschoten wilde eend (Kacena divoka) en een kapitein die achter een wolf aanjaagt (Vici stopa). Maar hoeveel dramatischer zijn deze composities, waarin Janacek zich muzikaal veel dichter in de buurt van zijn opera’s begeeft. Hier blijkt ook hoezeer de kracht van Cappella Amsterdam het puur technische (zuiverheid, eenheid, maar ook individueel talent) overschrijdt. Wat is het allemaal poëtisch, invoelend, delicaat en – in de Elegie die Janácek componeerde na de dood van zijn twintigjarige dochter – ronduit hartverscheurend. Na het weer wat lichtere Rikadla, waar Cappella Amsterdam in heerlijk absurdistische kinderrijmpjes bewijst dat geen contrast het koor te groot is, wordt dit voortreffelijke en veelzijdige portret van Janácek in plechtige sfeer afgesloten met een Ave Maria en een aangrijpend, haast operatesk Onze Vader.

Jochem Valkenburg

bron: www.edisons.nl/klassiek/album/choral-works

Comments

Naam
E-mail*
Uw bericht
 
 
Cappella Brochure 2017 2018

Bekijk onze seizoensbrochure 2017-2018!

Klik hier

Ontvang nieuws over Cappella Amsterdam