​HODIE CHRISTUS NATUS EST

€ 0.00   

HODIE CHRISTUS NATUS EST
Kerstmuziek in de Nederlanden

Anneke Boeke, blokfluit
Bernard Winsemius, orgel
Saskia van der Wel, violoncello-continuo

CAPPELLA AMSTERDAM o.l.v. Jan Boeke

Produktie LP (1986). Attaca Records, Amsterdam i.s.m. Stichting Cappella Amsterdam en Dagblad Trouw Produktie CD: (1990) Lindenberg Boeken & Muziek, Rotterdam en Stichting Cappella Amsterdam Organisatie: Sieuwert Verster, Attaca Records, Amsterdam Geluidstechniek: Ton de Lange, Intersound, Heemstede Opnamelocatie: Grote of St. Nicolaaskerk, Edam (1986) Montage: Studio van Schuppen, Veenendaal Lindenberg LBCD19

TOELICHTING

Kerstmuziek in de Nederlanden

Geen tijd van het jaar is zo verbonden met een schat aan muziek als de tijd rond Kerstmis. Dit is geen wonder, want Lucas vertelt in zijn evangelie dat een engelschaar de mensen 'in het veld' heeft voorgezongen hoe zij God konden vereren: Eer in den hoge zij aan God, op aarde vrede voor de mensen. Ook in het Nederlandse taalgebied, zowel binnen als buiten de muren van de kerk, is de rijkdom aan volksvroomheid in het lied rond Kerstmis frappant. Dat bracht ons tot onze poging om de komst en de verschijning van 'Jesu lieve Heer' in beknopte vorm muzikaal samen te vatten. De vijf Cantiones Sacrae (Latijnse motetten, bestemd voor de R.K. eredienst) van Jan Pieterszoon Sweelinck, die van stadswege was aangesteld als organist van de Oude Kerk in Amsterdam, geven een afgeronde voortgang van de bijbelse boodschap. Om te beginnen Jesaja 's profetie, vervolgens de geboorte te Bethlehem, 'Driekoningen', en ten slotte de opdracht van het Jezuskind door zijn ouders in de tempel te Jeruzalem. De oude Simeon zingt daar zijn lofzang, het canticum 'Nunc dimittis'. In de Getijden van de Christelijke kerk vond dit een vaste plaats in het dagelijks avondgebed. AI deze composities van Sweelinck horen thuis in de kerk.
Zolang de kerk in het centrum van het maatschappelijk leven stond, was er echter ook buiten de vaste liturgische praktijk sprake van een weelderige bloei van geestelijke muziek: strofische liederen, die zowel naar tekst als naar melodie in veelkleurig-variërende vormen mondeling, soms schriftelijk, werden overgeleverd. Onder die geestelijke volksliederen genoot het sololied met keervers 'Een kindeken is ons gebooren' (8) van de 14de tot ver in de 17de eeuw een ongekende populariteit; in vertaling werd het zelfs in Duitse liedboeken van de 17de eeuw opgenomen. In dit lied, hier ingekort, wordt het verhaal van de wijzen uit het Oosten volgens het Mattheus-evangelie op de voet gevolgd. Het is, met 'Ons is gheboren een kindekijn' (2), het enige lied op deze CD dat niet voorkomt in het Liedboek voor de Kerken ('s-Gravenhage 1973). Voor de andere liederen vergelijke men in genoemd Liedboek de gezangen 145 (1), 131 (5), 154 (7) en 157 (11 ). Het lied '0 salich heylich' (5) wordt gezongen op de melodie van een Air de Cour, in 1608 gepubliceerd met de tekst 'Ayant aimé fidellement'. Van het acht strofen bevattende gedicht '0 Kersnacht! schoonder dan de dagen' (7), de Rey van Klaerissen uit Vondels Gysbreght van Aemstel (1637) zou je kunnen zeggen dat het een lyrische reactie is op het verhaal van de kindermoord in Bethlehem (Matt. 2:16-18). De muziek hiervan zou van de Haarlemse stads-speelman Padbrué, maar ook van Sweelincks oudste zoon Dirck kunnen zijn. Volgens het titelblad van het Livre Septieme is die namelijk de samensteller van dit zangboek geweest. Zekerheid over het auteurschap hebben we echter niet, evenmin als bij de orgelvariaties over 'Wie schön leuchtet der Morgenstern' (11 [2)).
In 1621 werd Dirck Sweelinck organist van de Oude Kerk te Amsterdam -zoals hij zelf zegt "als in syn Vaders plaetse" -en zette diens wijd vermaarde orgelbespelingen en -improvisaties voort, waarbij vooral de variatiekunst een grote rol speelde, Men dient hierbij te bedenken dat gedurende het grootste deel van de zeventiende eeuw het orgel niet tijdens, maar alleen "voor en na de predikatie" (d.i. de gereformeerde kerkdienst) bespeeld mocht worden, en door de week. Zowel Hooft als Vondel roemden Dircks meesterschap op orgel en clavecimbel: "Men kon, door Kerckgewelf en Kooren / Den Vader in den Zone hooren". 
De blinde jonkheer Jacob van Eyck, tijdgenoot van Dirck Sweelinck, en beyermeester van de Dom- en de St. Janstoren in Utrecht, bezat ook in hoge mate de gave van improviserend musicus. In 1648 kreeg hij van de stedelijke overheid de opdracht om de wandelaars op het Janskerkhof met het "geluid van zijn fluitje" te diverteren. Hij was een straatmuzikant van het edelste soort, maar ook een meester-speler op meer dan één instrument. Dirck Sweelincks stadsgenoot, de uit Edam afkomstige Mr. Cornelis (de) Leeuw "vercierde met vierstemmige Musyck, en een Basso Continuo" Vondels Boetpsalmen: David's Tranen (1646). Van 1648 af was hij als uitgever en boekverkoper werkzaam" "t' Amsterdam, op 't Water, tegenover de Koorn-Beurs". Als zijn voornaamste verdienste geldt dat ook hij de Franse psalmen in vertaling begon uit te geven "geheel op Musyk Noten en eenen Sleutel (te weten de C. Sleutel staende altijt op de middelste linie) om de moeyelickheyd van veranderen Wegh te nemen en van alle fouten gesuyvert". Van de Amsterdamse musicijn Mr. Goudsteen is ons weinig anders bekend dan dat hij in 1648 trouwde in de Oude Kerk en toen in de Agnietenstraat woonde. Ook van Gisbert Steenwick is onze kennis gering. Hij was werkzaam in Arnhem als organist en beiaardier van de Eusebiuskerk en lid van het Collegium Musicum aldaar. De laatse jaren van zijn leven verbleef hij in Kampen. De enige niet Noord-Nederlandse componist die op deze CD voorkomt is Willem Messaus, die als zangmeester aan de St. Walburgkerk te Antwerpen werkte.
Er wordt wel beweerd dat er in Nederland tussen Sweelinck en Diepenbrock weinig waardevolle muziek geschreven is. Ik hoop dat met deze CD Kerstmuziek in de Nederlanden een bewijs van het tegendeel geleverd is.

Jan Boeke

English Text

Christmas music in the Netherlands

The period around Christmas is associated with a unique fund of music, This is small wonder, because Luke in his gospel tells about a heavenly host singing to the shepherds and praising God - Glory to God in the highest; on earth peace amongst men.The Dutchspeaking regions, too, both inside and outside the Church, display a stunning wealth of popular piety in Christmas songs. This has prompted us to try and put the story of Christ's coming in a musical nutshell. A regular and complete account of the biblical message is contained in the five Cantiones Sacrae (motets in Latin meant for Catholic warship) by Jan Pieterszoon Sweelinck, organist of the Oude Kerk in Amsterdam and appointed as such by the town government. Firstly Isaiah's prophecy (3), then the Nativity itself (4, 6), the 'Magi' or wise men farm the east (9), and finally the presentation of the infant Jesus by his parents at the temple in Jerusalem (10). There old Simeon sings his canticle 'Nunc dimittis', which was to find a fixed place in the evening prayer of the divine office of the Church. AII these compositions by Sweelinck belong in the church.
As long as the church was at the centre of society, there was, however, also a wealth of non- liturgical religious music -strophic songs, of which texts and melodies were proliferated through oral tradition, though same were handed down in writing. Of these religious popular songs, the solo song with refrain 'Een kindeken is ons gebooren' (8) enjoyed an unequalled popularity from the 14th untiI well into the 17th century. It was even translated for inclusion in German songbooks of the 17th century. This song, shortened here, is a faithful representation of the story of the Magi in Matthew's gospel, The song 'O salich heylich Bethlehem' (5) is sung to the melody of an Air de Cour published in 1608 with the text 'Ayant aimé fidellement'. The eight-stanza poem '0 Kersnacht! schoonder dan de dagen' (7) from Vondel's play Gysbreght van Aemstel (1637) might be seen as a Iyrical response to the Massacre of the Innocents (Mat. 2,16-18). lts music may have been written by the Haarlem street-musician Padbrué, though the title page of the Livre Septieme mentions Sweelinck's eldest son Dirck as its editor. We do not know for certain who wrote this song. Again we do not know for sure who wrote the variations for organ on 'Wie schön leuchtet der Morgenstern' (11 [2]).
In 1621 Dirck Sweelinck accepted the post of organist in the Amsterdam Oude Kerk -"as in the place of his father", he said. The art of variation remained a chief feature of the famous recitals and improvisations continued by Dirck, It should be remembered in this connection that during most of the 17th century the organ was not played during the protestant, reformed worship service, but only "before and after the service" and on weekdays. Both Vondel and Hooft praised Dirck's mastery of the organ and harpsichord. He was felt to be a worthy successor of his father.
Jacob van Eyck, a contemporary of Dirck Sweelinck, was carillonneur-in-chief of the towers of the 'Dom' (or St. Martin's) and St. John's churches at Utrecht. This blind nobleman was also a highly gifted musical improviser. In 1648 he was commissioned by the town authorities to entertain the promenaders on the square in front of St. John's church "with the sound of his whistle". He was a street musician in the finest sense of the word, but also a virtuoso player of various instruments. Dirck Sweelinck's townsman Cornelis (de) Leeuw was a publisher and bookseller in Amsterdam from 1648 onwards. He "embellished with four-part music and a thorough bass" the penitentiary psalms by Vondel, David's Tranen (1646). His chief merit was his publishing of the French psalms in translation "entirely set to musical notes and a clef (the C being always on the middle line) that removes all difficulties of variation, and cleared of all errors", Of the Amsterdam musician Goudsteen nothing is known except that he married in 1648, then living in the Agnieten street. Nor do we know much about Gisbert Steenwick. He was organist and carillonneur of St. Eusebius's church at Arnhem, and a member of the local Collegium Musicum. The last years of his life he lived in Kampen. The only composer figuring on this CD who did not live in the Northern Netherlands is Willem Messaus, singing master of St. Walburg's church at Antwerp.
It is sometimes held that between Sweelinck and Diepenbrock little valuable music was produced in Holland, I hope this CD with Christmas music in the Netherlands will provide proof to the contrary.

Jan Boeke
translation: Arend Smilde

Cappella Brochure 2017 2018

Bekijk onze seizoensbrochure 2017-2018!

Klik hier

Ontvang nieuws over Cappella Amsterdam