€ 10.00   

Bestellen

OLIVIER MESSIAEN, PIERRE BOULEZ

- CD 08 uit de verzamelbox:
Schoenberg Ensemble Edition -


Olivier Messiaen (1908 - 1992)
Trois petites liturgies de la Présence divine (1943-1944)


Pierre Boulez
Rituel (1974-1975)


Trois petites liturgies de la Présence divine
Opgenomen op 9 januari 2002
Opnamelocatie: Concertzaal Tilburg


Rituel
Opgenomen op 4 november 2002
Opnamelocatie: Concertgebouw Amsterdam
KTC 9000 - CD 08

Antienne de la conversation intérieure

Séquene du Verbe, cantique devin

Psalmodie de l'Ubiquité par amour

Rituel (in memoriam Bruno Maderna)

TOELICHTING

Olivier Messiaen

Trois petites liturgies de la Présence divine
Messiaens Trois petites liturgies e la Présence divine, voltooid in 1944, is net als zijn Quatuor pour la fin du Temps een oorlogswerk, zij het zonder de apocalyptische fureur van het twee jaar eerder gecomponeerde kwartet. Alles aan deze muziek is licht, kleur en extase, alles zindert en zingt. Ook letterlijk, bij monde van een vrouwenkoor, dat, op een enkel slotakkoord na, uitsluitend in volmaakte eenstemmigheid van zich laat horen. Het koor wordt begeleid door een orkest bestaande uit een strijkersgroep (waaruit zich in het eerste deel veen soloviool losmaakt), een op de Balinese gamelan geïnspireerde sectie van piano, celesta, vibrafoon en slagwerk (gedomineerd door metalen) en ten slotte ondes martenot, het uit de oertijd van de elektronische muziek stammende instrument voor welks voortbestaan de muziek van Messiaen inmiddels nog d enige garantie is. Niet allen de muziek, ook de tekst van het werk is van de hand van de componist, die daarmee overigens geen enkele literaire ambitie koesterde. Het surrealistische aspect dankte hij naar eigen zeggen aan zijn lectuur van Paul Eluard en Pierer Reverdy, de theologische waarheden die het werk verkondigt ontleende hij aan de Schrift.

De drie delen van de 'goddelijke Tegenwoordigheid' zijn achtereenvolgens gewijd aan 'God in onszelf', aan 'God in zichzelf' en aan 'God in alle dingen'. De componist spreekt in dit verband van ideeën die 'niet uit te drukken zijn' en dan ook 'niet uitgedrukt worden', tenzij in 'een verblinding van kleuren'. In de wijze waarop Messiaen deze 'verblinding' in 1944 hoorbaar maakte, is de componist van de grote naoorlogse werken al volledig herkenbaar. Dat geldt voor de zinnelijke modi van eigen ontwerp, de style oiseau (let in het eerste deel op de lome vogel in de piano), de exotische ritmiek, maar ook voor de zeer bevattelijke vormen waarin de hieruit resulterende klankcomplexen gegoten zijn: ABA in de delen 1 en 3, strofische variatievorm met een afwisseling van refreinen en coupletten in het tweede deel.

Pierre Boulez

Rituel in memoriam Maderna
Toen Bruno Maderna in november 1973 stierf, herdacht Pierre Boulez zijn collega-componist, collega-dirigent en (vijf jaar oudere) generatiegenoot in de Nouvel Observateur als een man die weliswaar in alles het tegendeel van hemzelf was, maar niettemin precies was wat hij moest zijn: 'een en al intelligentie, finesse, humor en fantasie', begiftigd met een 'direct en diep contact met de muzikale materie', een man bovendien 'die wist wat het was om streng te zijn, maar er nooit voor gekozen had dit voor zichzelf te zijn, gewoon omdat het hem niet aantrok'.

Misschien waren de sterk communicatieve gaven van de betreurde een bron van inspiratie voor Boulez, toen deze in 1974 zijn Rituel in memoriam Maderna componeerde. De ernstige toon van het werk heeft niet verhinderd dat Rituel, waarschijnlijk meer dan enig ander orkeststuk van zijn hand, van meet af aan spontane bijval van het muziekpubliek heeft ondervonden. Behalve - hoe kan het anders - de uitwerking van een vernuftig, zelfs 'streng' te noemen compositorisch concept, is Rituel ook een stuk waarin de luisteraar de rammelende potten en pannen van geestenbezweerrders kan horen (let op de verre tamtams), het gebiedende koper van doodsherauten en de trage tred van de aanzegger, die van de eerste tot de laatste noot 'es' zijn ronde maakt. Vanaf de allereerste maten - een ceremoniële hobomelodie, begeleid door een elementair slagwerkritme - klinkt - licht archaïserende, priesterlijke toon, die maakt dat Rituel muziek is die evenzeer in, als buiten de tijd staat. Hierin is het werk niet toevallig familie van die andere beroemde in memoriam-compositie, Stravinsky's Blazerssymfonieën, waaraan Boulez naar eigen zeggen het trocheus-ritme (lang-kort) heeft ontleend, dat zo'n onuitwisbaar stempel op de koperblazers drukt.

Rituel is gecomponeerd voor een 'orkest' van acht ruimtelijk opgesteld, homogeen samengestelde instrumentale groepen. Elke groep telt één instrument meer dan de vorige en aan elke groep is één slagwerker toegevoegd. Uitzondering is groep 8, die veertien instrumenten telt, waaraan twee slagwerkers zijn toegevoegd. Groep 1: hobo
Groep 2: twee klarinetten
Groep 3: drie fluiten
Groep 4: vier violen
Groep 5: vijf houtblazers (incl. saxofoon)
Groep 6: strijksextet
Groep 7: zeven houtblazers
Groep 8: koperensemble (veertien instrumenten)


De grondvorm van Rituel is er een van strofen en refreinen, die verdeeld zijn over vijftien secties. De oneven genummerde secties zijn refreinen (très lent), de even genummerde strofen (modéré). De refreinen zijn onlosmakelijk verbonden met de klank van het koper (groep 8). Gemiddeld duren de secties een minuut, met uitzondering van de laatste, die ongeveer een derde van de tijdsduur van het complete werk in beslag neemt. Even en oneven secties contrasteren sterk. De oneven secties zijn gebaseerd op aangehouden akkoorden, de even secties zijn losser, meer improvisatorisch van karakter en bestaan goeddeels uit een afwisseling van de lange noten en melodische ornamenten.

IN de loop van de compositie neemt het aantal deelnemende groepen per sectie geleidelijk - maar onregelmatig - toe (resp. 1, 1, 2, 3, 4, 4, 5, 2, 3, 6, 7, 7, 8, 5 en 8 groepen). In de vijftiende en langste sectie, die op volle instrumentale sterkte begint, doen de groepen er stuk voor stuk het zwijgen toe. Hoewel het aantal spelende instrumenten niet noodzakelijk maat is voor het aantal geproduceerde decibellen, is het globale verloop van Rituel er een van een uitgecomponeerd crescendo, gevolgd door een geleidelijk uitdoven. Na de laatste maat kan het stuk weer van voren af aan beginnen - dat is althans de illusie die wordt gewekt.

Cappella Brochure 2016 2017

Ontvang onze seizoenbrochure 2016-2017!

bestellen

Ontvang nieuws over Cappella Amsterdam